Ga naar inhoud

Gebouwen die iets nalaten: de architectuur van Hans Achterbosch

Een koekdoos op een afvalbult. Een omgekeerd schip. Nep hout: omschrijvingen van mensen die het werk van Hans Achterbosch niet zo waarderen. Hij kan dat zelf prima relativeren: “Als het iets losmaakt bij je, doet het al zijn werk.” Want voor Hans gaat architectuur over iets wezenlijks: over wat je nalaat aan de wereld, en of dat de moeite waard is.

betekenisvol

Hans en zijn team ontwerpen daarom gebouwen die betekenisvol zijn. “Een gebouw is betekenisvol als het iets met je doet, meer dan alleen zijn positie innemen in een straat of in het landschap. Het geeft betekenis aan de functie, aan de plek, aan de mensen,” legt Hans uit.  

Dat betekent niet dat elk gebouw geliefd hoeft te zijn. “Het mag ook lelijk gevonden worden,” zegt hij. „Maar dan doet het al iets. Dan sta je erbij stil, roept het vragen op, geeft het de plek een nieuwe laag.” En juist dat, de laag toevoegen, de plek een nieuwe identiteit geven, is wat hem drijft. 

Een concreet voorbeeld is hun eigen kantoor, in de Energiecampus in Leeuwarden. Het is een gebouw dat Hans zelf ontwierp en het staat op de Schenkenschans, een voormalige vuilstort aan de rand van de stad. De instabiele ondergrond vroeg om een bijzondere oplossing: het gebouw staat op 108 individueel verstelbare kolommen die toekomstige verzakkingen kunnen opvangen. Maar naast die technische uitdaging zag Hans iets wat hij niet kon laten liggen. 

“Dit is een eigentijdse terp,” zegt hij. “Zoals onze voorouders terpen ophoogden om op te wonen, staat dit gebouw op een verhoging in het landschap, gevuld met de rommel van onze tijd.” Het gebouw is een icoon geworden, herkenbaar van ver en bekroond met de Vredeman de Vriesprijs. Mensen noemen het ‘de hoogste terp’. “Je geeft als architect een nieuwe identiteit aan een plek. Dát is het betekenisvolle.” 

verantwoordelijk - voor wat je achterlaat

Die betekenis is voor Hans onlosmakelijk verbonden met verantwoordelijkheid. “We bouwen voor generaties na ons,” zegt hij. “Maar architectuur mag je afrekenen en dan doorrijden naar de volgende locatie. Ik vind dat een beetje een schizofrene wereld.” Hij is scherp op de bouwpraktijk waarbij kortetermijndenken van ontwikkelaars de kwaliteit van gebouwen uitholt. “Ik ken architecten die stoppen met een opdrachtgever, omdat de plannen zo worden uitgekleed dat er geen kwaliteit meer over blijft. Alleen maar om onderaan de streep de winst te maximaliseren.” 

De overtuiging dat hij een verantwoordelijkheid heeft naar de volgende generaties, vertaalt zich in concrete keuzes. Biobased bouwen, circulair ontwerpen, materialen die de tijd overleven. “Op de baksteen aan de buitenkant zou je als laatste moeten bezuinigen,” zegt hij. “Want dat is precies het deel dat generaties overleeft. Goede woningbouw uit de jaren dertig staat er nog. De naoorlogse bouw zijn we nu aan het opruimen, omdat we toen te snel bouwden en op kwaliteit bezuinigden. En het risico bestaat dat we nu hetzelfde doen.” 

Als architectuur - meetbaar gezond maakt

Die drang om meer te doen dan alleen een gebouw neerzetten, leidde tot de samenwerking met vriend en psycholoog Bernard Maarsingh. De samenwerking begon met een vraag die Hans al langer bezighield: kan een architect daadwerkelijk invloed hebben op het welzijn van de mensen die zijn gebouwen bewonen? Dat bleek zo te zijn, en het was nog meetbaar ook.  

In Urk voerden ze onderzoek uit bij Zorggroep Oude en Nieuwe Land, bij een zorgcentrum voor mensen met dementie. Drie dagen en nachten lang werden bewoners gemeten met sensoren op het lichaam. Bernard weet alles van de fysiologische metingen die daarbij horen, vertelt Hans: “Hartritme-variabiliteit zegt iets over positieve of negatieve stress. En als je die meet in verschillende situaties, binnen, buiten, in beweging, in rust, dan zie je precies wat een omgeving met iemand doet.” 

Een van de meest sprekende momenten: een vrouw in een rolstoel werd voor het eerst in maanden naar buiten gereden. Ze begon te gillen en te schreeuwen. De begeleiders wilden haar snel naar binnen brengen. Maar de meting vertelde een ander verhaal: ze zat in positieve stress, overspoeld door enthousiasme. En ze sliep die nacht beter dan in weken. 

“Wat wij hebben ontworpen heeft direct effect op hoe mensen zich bewegen, hoe ze slapen, hoeveel zorg ze nodig hebben,” zegt Hans. “Dat is niet meer alleen een architectuurgesprek, dat is een gezondheidsgesprek.” De onderzoeksresultaten werden vertaald naar een gebouw in Urk, specifiek ontworpen om bewoners uit te nodigen tot beweging en buitenlucht. Resultaat: minder zorgpersoneel nodig, minder onrust, meer welzijn. Zorggeld dat werd geïnvesteerd in een beter gebouw in plaats van meer verzorging. 

„We moeten conventies doorbreken,” zegt hij. „De Excel-sheet onderaan de streep maximaliseren, dat is de norm. Maar dit project bewijst dat investeren in kwaliteit op de lange termijn meer oplevert, voor mensen én voor het systeem.”

Friese luwte als vertrekpunt voor de wereld

Vanuit Leeuwarden werkt Hans dus aan projecten in heel Nederland, maar ook ver daarbuiten. In China ontwierp hij eco-resorts in het berglandschap tussen Shanghai en Nanjing: huizen op palen boven het woud, zodat de natuur er letterlijk onderdoor kon lopen. De opdracht ontstond via een vriendschapsband die de gemeente Leeuwarden had met de Chinese stad Liyang. Hans reisde mee met een handelsdelegatie en keerde als enige terug met een letter of intent. “Geen idee hoe dat komt,” lacht hij. “Maar ik had meteen een klik.” 

Voor iemand die zo’n breed werkterrein heeft, zou Fryslân misschien wat beperkt kunnen voelen. Maar zo ervaart Hans dat helemaal niet: “In de luwte van de Randstad kun je op een goede manier nadenken over wat het beste is. Dat vind ik rijkdom. Friesland is de mooiste provincie van Nederland. Niet in alle opzichten, maar er is iets in de lucht, in de omgeving, de mienskip, het gevoel dat we het samen doen. Dat maakt mensen hier gelukkiger dan gemiddeld. En we zijn tevreden met wat er is. Niet altijd meer, meer. Ik denk dat dát het geheim is.” 

zes maanden - de wereld rond

Op het moment van dit interview bereidt Hans een bijzondere reis voor: zes maanden, met de auto, van Leeuwarden naar China. Alleen, via Turkije, Centraal-Azië en Mongolië. De reis ontstond na een periode van ziekte en herstel. „Ik heb ontdekt dat de stilte die je soms overvalt heel erg fijn is,” zegt hij. „Als je het lawaai van de maatschappij even uitzet, hoor je je eigen hart kloppen. Dan kun je pas echt verbinden met wat je daadwerkelijk wilt.” 

De reis heeft ook een doel buiten hemzelf: Hans haalt geld op voor kankeronderzoek bij het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, waar hij zelf werd behandeld. “Ik wil een cheque van vijftig of honderdduizend euro kunnen overhandigen.”

Ondertussen werkt zijn team gewoon door aan nieuwe, betekenisvolle ontwerpen, met één vraag centraal: “Hoe kunnen we lagen toevoegen die er echt toe doen? Voor de plek, voor de mensen, voor de toekomst. Want dat is wat telt.  

Blijf op de hoogte

Blijf geïnspireerd en op de hoogte van wetenswaardigheden en nieuws. Volg Merk Fryslân op Linkedin of schrijf je in en ontvang de nieuwsbrief over Merkpositionering Fryslân.