Mannen van Staal: het vak dat je voelt in de details
Er zijn bedrijven waar je het werk pas ziet als het af is. En er zijn bedrijven waar je het al eerder herkent: aan de manier van denken, aan de discipline, aan de rust waarmee ze zeggen: dit moet kloppen. Dat is precies wat Margriet Bakker schetst wanneer ze vertelt over Mannen van Staal. Niet omdat het romantisch klinkt, maar omdat staal genadeloos is: één millimeter te veel, één stap te snel, en je ziet het terug.
Veertig jaar bestaat het bedrijf inmiddels. In de basis is het een allround metaalbewerkingsbedrijf met een breed klantenbestand. Machinebouw, automotive, industrie. En daarnaast: kunstwerken. Soms voor een plek in Nederland, soms met een bestemming over de grens. De verhouding is helder: ongeveer negentig procent industrie, tien procent kunst. Op papier lijkt dat een verhouding die je in een spreadsheet zet. In de praktijk is het een kracht. Industrie zorgt voor tempo en continuïteit. Kunst dwingt je om anders te kijken. Die combinatie maakt ze lastig te kopiëren; precies dáár zit hun positie.
een machinepark dat gebouwd is voor maatwerk
Mannen van Staal beschikt over een compleet machinepark. Ze draaien, frezen, hebben een buis- en plaatlaser, kantbanken en een plaatwals. En één specialisme dat steeds terugkomt: buigen. Daar laat het bedrijf z’n klasse zien.
Buigen is vaak het moment waarop ontwerp en werkelijkheid elkaar ontmoeten. Waar staal ineens eigen wil lijkt te krijgen en je moet weten hoe je het terugbrengt naar iets dat klopt, in maat, in herhaalbaarheid, in betrouwbaarheid. Veel bedrijven kunnen bewerken. Minder bedrijven kunnen buigen op een manier die óók standhoudt als het geen standaardwerk is. En juist dáárom komen klanten bij je uit: als het ingewikkeld wordt. Als toleranties kritiek zijn. Als fouten geen optie zijn.
Juist omdat ze zoveel disciplines in huis hebben, kunnen ze breed schakelen. En juist omdat ze zo praktisch zijn ingericht, kunnen ze dicht op het proces blijven. Niet alleen uitvoeren, maar meedenken. Niet alleen leveren, maar oplossen. Dat is het verschil tussen “we maken het wel” en “we maken het goed”.
de overgang - naar een nieuwe generatie
Wat nu Mannen van Staal is, begon in 1985 klein in Winsum, in de oude smederij van Jan Bakker. Daar startten Theunis en Lize Bakker hun bedrijf, toen nog onder de naam Theunis Bakker Metaalbewerking. In de jaren daarna groeide het werk mee met de vraag. De naam verschoof mee met de identiteit: sinds 2010 heet het Mannen van Staal. In 2012 volgde de stap naar Leeuwarden, naar het pand waar ze nu zitten. Met die geschiedenis nog altijd dichtbij.
Sinds twee jaar ligt het eigenaarschap bij de volgende generatie. Niet als een breuk, eerder als een bewuste overdracht: zorgen dat het bedrijf familiebedrijf blijft, maar wél met frisse handen aan het stuur. Dat geeft stabiliteit én ruimte: om te blijven doen waar ze goed in zijn, en tegelijk te blijven investeren in wat ze beter maakt dan veel anderen; kwaliteit, maakbaarheid en betrouwbaarheid, ook als het werk niet in een malletje past.
kunst als tweede spoor - ontstaan uit een eerste kans
Het kunstsegment is niet bedacht als strategie. Het is organisch gegroeid sinds een eerste project in 1996. En in dat domein is Mannen van Staal inmiddels een partij geworden die je niet zomaar vervangt. Vooral door iets dat in de praktijk zeldzaam is: de vertaalslag van creatief ontwerp naar uitvoerbaar staalwerk, zonder het idee plat te slaan.
Kunstenaars brengen plannen die soms nog nergens landen. Mannen van Staal helpt die ideeën landen door praktisch mee te denken, technisch scherp te blijven en tegelijk het ontwerp serieus te nemen. Daar zit hun onderscheid: ze maken niet alleen, ze maken het maakbaar. Daardoor komen er bijzondere, vaak eenmalige opdrachten binnen. Werk waar je niet op routine kunt leunen. Je moet blijven puzzelen. Je moet blijven kijken. En als het lukt, staat er iets dat niet alleen gemaakt is, maar ook begrepen.
Dat is ook waarom ze in kunstkringen steeds vaker worden gevonden. Niet door grote woorden, maar door reputatie: als iets technisch ingewikkeld is — of zelfs “onmogelijk” lijkt — dan is dit een bedrijf dat het wél uit kan rekenen, wél kan maken en wél overeind kan zetten.
innovatie die begint bij iets dat stoort
Als je Margriet vraagt naar innovatie, gaat het niet over labs of grote R&D-trajecten. Het begint bij iets kleins: een interne ergernis. Een knelpunt op de werkvloer. Een handeling waarvan iedereen voelt: dit kan slimmer. Zo ontstond een zelfontwikkelde zwenkarm voor lasapparatuur. Ooit bedacht om het werk efficiënter te maken, inmiddels een product dat ze ook aan klanten verkopen. En niet één of twee: er worden er nu meer dan honderd per jaar geproduceerd. Dat zegt iets. Niet alleen over het product, maar over het vermogen om een praktische verbetering te vertalen naar iets schaalbaars, zonder dat het ten koste gaat van kwaliteit.
De innovatiecultuur hier is niet opgeblazen en niet theoretisch. Het is pragmatisch: eerst oplossen voor jezelf, dan kijken of het ook waarde heeft voor anderen. En als het werkt, dan zetten ze het neer alsof het altijd al zo hoorde.
nuchter vakmanschap - open blik
Margriet typeert Mannen van Staal als een Fries bedrijf in mentaliteit: nuchter en eerlijk, afspraken nakomen, weinig bluf. Dat voel je in de manier van werken: een team van zo’n dertig mensen dat zelfstandig kan draaien, maar elkaar net zo makkelijk opzoekt als er iets slimmer, sneller of beter kan. En als een opdracht vraagt om kennis die net ergens anders ligt, dan zoeken ze die samenwerking ook buiten de deur, met regionale metaalbedrijven met complementaire specialisaties. Niet omdat “samenwerken” een mooie waarde is, maar omdat het in de praktijk soepel loopt als je elkaar vertrouwt.
Tegelijk is het werk allang niet meer alleen “van hier”. Dichtbij zie je het terug in en rond Leeuwarden: bijvoorbeeld in recreatiegebied Nieuw Stroomland, tussen Leeuwarden en Deinum, waar drie vlotbruggen over het water liggen. En iets verderop, bij Franeker, hangt de Slachtetille over de A31. Een voetgangersbrug die onderdeel is van de Slachtedijk. Ook in Bears staat werk dat je niet snel vergeet: bij Uniastate verrijst een stalen replica als een soort luchtspiegeling van wat er ooit stond.
Daarnaast zit er veel werk in industrie die je minder letterlijk “ziet”, maar die wél door Nederland beweegt: opdrachten voor machinebouw en automotive, gemaakt om ergens in een systeem te verdwijnen en toch precies te doen wat het moet doen. En dan is er de kunstlijn die steeds verder reikt, ook internationaal zoals bijvoorbeeld in Sydney, Tel Aviv en Londen. Het type werk dat je niet “even” verplaatst en dat alleen lukt als je als maker betrouwbaar bent tot in de bout en de las. Zelfs in de taal hoor je waar het bedrijf thuis is. Er wordt geregeld Fries gesproken — niet als statement, maar als vanzelfsprekendheid. En misschien is dat precies de kern: stevig geworteld, korte lijnen, en ondertussen werk maken dat je terugziet in het landschap om de hoek én op plekken waar je niet dagelijks komt.
energieneutraal sinds 2020
Duurzaamheid is bij Mannen van Staal geen losse paragraaf. Het is een reeks keuzes die samen optellen tot iets heel concreets: sinds 2020 is het bedrijf volledig energieneutraal. Er liggen ongeveer 3700 zonnepanelen op daken en een carport. Jaarlijks wekken ze drie keer zoveel stroom op als ze verbruiken. Overschotten worden opgeslagen in nieuwe batterijen, zodat ze efficiënter en onafhankelijker kunnen draaien.
Het wagenpark is deels elektrisch, met laadmogelijkheden via de eigen duurzame energie. De gebouwen worden verwarmd met afvalhout uit de regio, een oplossing die tegelijk iets zegt over samenwerking en circulariteit: reststromen krijgen hier een functie. En buiten, op het terrein, ligt een biodiverse tuin op een perceel van ongeveer 140 bij 50 meter, met jaarlijkse monitoring die laat zien dat het werkt.
Voor een metaalbewerkingsbedrijf is dat opvallend. Niet omdat het “groen” moet ogen, maar omdat het laat zien hoe ze hier keuzes maken: niet half, niet voor de bühne, maar op een manier die toekomstbestendig is. Alsof efficiëntie niet alleen gaat over productie, maar ook over verantwoordelijkheid.
groeien zonder het maatwerk kwijt te raken
De ambities liggen niet in abstracte termen. Mannen van Staal wil uitbreiden met een nieuwe loods en een kantoor aan de zichtzijde van het terrein: meer ruimte en betere zichtbaarheid. Daarnaast is automatisering een belangrijk aandachtspunt. Vrijwel alle machines zijn al computergestuurd, maar verdere investeringen kunnen foutmarges verlagen en de kwaliteit nog verder verhogen.
Tegelijk zit daar precies hun uitdaging én hun kracht. Veel producten zijn maatwerk en vaak uniek. Dus automatiseren kan hier nooit betekenen dat het werk “eenheidsworst” wordt. Het moet samengaan met flexibiliteit, met meedenken, met dat vermogen om een ontwerp te pakken en te zeggen: oké, hoe gaan we dit wél maken?
stevig werk - lange adem
Aan het eind van het gesprek blijft vooral dit hangen: Mannen van Staal is een maakbedrijf dat tegelijk stevig en soepel durft te zijn. Het ene moment bouwen ze iets wat onzichtbaar wordt in een machine of productielijn. Het andere moment maken ze een kunstwerk dat juist gezien móét worden, in Leeuwarden, Groningen, Assen, of verder weg. Ze lossen problemen op waar ze zelf tegenaan lopen, en maken er iets van waar anderen ook mee verder kunnen.
En ondertussen draaien ze, tegen de logica van de sector in, energieneutraal. Niet om te bewijzen dat ze vooruitstrevend zijn, maar omdat het past bij hoe ze hier werken: nuchter, precies, met korte lijnen en een lange adem. Alsof staal pas echt waarde krijgt als het niet alleen vorm houdt, maar ook richting geeft.
Blijf op de hoogte
Blijf geïnspireerd en op de hoogte van wetenswaardigheden en nieuws. Volg Merk Fryslân op Linkedin of schrijf je in en ontvang de nieuwsbrief over Merkpositionering Fryslân.